Testament
In een testament kunt u laten vastleggen wat er moet gebeuren met uw nalatenschap en door wie en hoe deze verdeeld zal worden. Ook kunt u daarin aangeven hoe u uw uitvaart graag geregeld ziet. Verandert u na verloop van tijd van gedachten over welke familieleden, vrienden of instellingen u wilt laten erven, dan kunt u het testament altijd tussentijds laten wijzigen.
Is het testament onvindbaar of weet u als nabestaande niet zeker of de overledene een testament heeft laten opmaken? Dan is het handig om te weten dat elk testament geregistreerd staat in het Centraal Testamentenregister in Den Haag, www.centraaltestamentenregister.nl
Een andere optie is te bellen met de notaristelefoon: 0900 346 93 93.
Voor een aanvraag om het testament in te mogen zien is het noodzakelijk te beschikken over een uitreksel uit het overlijdensregister ofwel de akte van overlijden. Deze ontvangt uw uitvaartondernemer als hij op het gemeentehuis de aangifte van overlijden voor u regelt.
Wetgeving
In de wet zijn bepaalde regels opgesteld met betrekking tot de verdeling van de erfenis/nalatenschap. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het versterferfrecht en het testamentair erfrecht. Als er geen testament is opgemaakt, zijn de regels van het versterferfrecht van kracht. Heeft iemand een testament laten opmaken dan geldt het testamentair erfrecht. In het laatste geval is het mogelijk om binnen bepaalde grenzen af te wijken van de regels, zodat de wettelijke verdeling aan de eigen wensen kan worden aangepast.
In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn alle regels rond begraven en cremeren vastgelegd. Deze wet wordt om de zoveel jaar aangepast. Zo heeft een wijziging op de Wlb in 1978 ertoe geleid dat nabestaanden de mogelijkheid hebben om zelf een plek uit te zoeken waar ze de as van hun dierbare kunnen verstrooien. Overigens is men wel verplicht vooraf toestemming te vragen aan de eigenaar van de grond. In 2010 is een wijziging van de wet doorgevoerd met onder andere consequenties voor de termijn waarop de uitvaart moet plaatsvinden en thanatopraxie.